Brandveiligheid

"Als zelfs de brandweer in een onderkomen van EPS (airpop®) wil wonen, werken en slapen, dan moet het wel goed zitten met de veiligheid"
Uit artikel: Brandweerkazerne Zwolle van EPS.

Gebruik SE-kwaliteit

Alle airpop® die door IsoBouw geproduceerd wordt is van SE-kwaliteit (afgeleid van Schwer Entflammbar/ Self Extinguishing). Dit betekent dat de bijdrage tot de brandvoortplanting (bepaald volgens NEN 6065) zeer laag is (klasse 1). De SE componenten zorgen voor een brandveilige toepassing voor de totale levensduur van een gebouw en/of constructie. De componenten spoelen niet uit of lossen niet op in water en de werking verdwijnt niet in de loop van de tijd.

Gedrag airpop® bij brand

Bij brand ontstaan hoge temperaturen, voor mensen zijn temperaturen boven 45 ºC onbehaaglijk. Vanaf 65 ºC kan al blijvende schade aan de longen ontstaan en bij nog hogere temperaturen kan een mens niet meer overleven. EPS-SE begint pas te verweken vanaf 90 ºC. Dus EPS-SE begint pas te smelten als de overlevingskansen voor mensen nihil zijn. Bij ca. 450 ºC wordt de ontbrandingstemperatuur van EPS-SE bereikt. Een brand heeft bij deze temperatuur reeds zijn volle omvang bereikt. Andere materialen, zoals hout branden in deze fase al lang (vanaf 340 ºC) of zijn reeds opgebrand. airpop® speelt daarom slechts een geringe rol bij een brand en doet geen afbreuk op de veiligheid van een gebouw.

airpop® in de toepassing

Bij de bepaling van de brandwerendheid van een constructie is niet het gedrag van de afzonderlijke materialen maar die van de totale constructie bepalend. Of anders gezegd: Bij een constructie waar een niet onbrandbaar materiaal wordt beschermd door andere materialen (bijvoorbeeld gipsplaten of een stenen muur) kan de brandwerendheid net zo groot zijn als bij een constructie waarin vermeend onbrandbaar materiaal verwerkt is. airpop®, wat overigens bij direct contact met vuur niet brandt maar wegsmelt, wordt nooit als kaal materiaal toegepast maar altijd ingebouwd in een bepaalde constructie (hetzij fabrieksmatig, zoals bij dakelementen of op de bouw, zoals bij vloer- en muurisolatie). De IsoBouw-producten voldoen daarom in hun toepassing aan de Europese regelgeving.

Emissie

Bij verbranding van constructies ontstaan diverse emissies. Vaak zijn deze ongevaarlijk, maar soms kunnen zij een gevaar vormen voor de volksgezondheid. Ook bij brand van constructies waarin isolatiemateriaal zit, ontstaan diverse emissies. Bij de verbranding van airpop® komen GEEN schadelijke emissies vrij. 

Zie in dit kader ook het onderzoek naar de gezondheidsschadelijke emissie van isocyanaat bij de meest gangbare isolatiematerialen.

Nazorg na een brand in relatie tot materiaalgebruik

Na een brand rest de opruiming. Dit kan deels recycling zijn, maar vaak is dit niet meer aan de orde. Stort of vuilverbranding zijn dan de opties. Bij airpop® kunnen geen vezels vrijkomen. Er zijn bij het opruimen van airpop® dan ook geen beschermende kleding of andere middelen nodig.

Invloed isolatiemateriaal

Op basis van onderzoek (TNO, BDA, diverse publicaties) zijn wij van mening dat er geen verschil bestaat tussen branden in gebouwen waarin airpop® is verwerkt of een ander isolatiemateriaal. Isolatiemateriaal maakt slechts een klein deel uit van een totaal gebouw. Ook de overige constructieonderdelen dragen bij aan een brand. Met name het interieur is veelal bepalend voor de totale vuurbelasting van een gebouw. Dus de rol van isolatiemateriaal in een brand is ondergeschikt. De toepassing van kostbare en zogenaamde "onbrandbare" materialen geeft dan ook geen garantie voor een beperkte gevolgschade.

Voorbeeld vuurbelasting in MJ/m2 bij toepassing als plat dak isolatie (RD 3,5):

Zie ook het artikel "Rol van isolatiemateriaal bij brand verwaarloosbaar" uit het VB verzekeringsmagazine.

Verzekeringsaspecten

Bij sommige verzekeringsmaatschappijen bestaat de indruk dat constructies met airpop® wel branden en die met zogenaamde "onbrandbare" isolatiematerialen niet. Niets is minder waar zoals blijkt uit diverse publicaties. Constructies met zogenaamde "onbrandbare" isolatie kunnen net zo goed of slecht branden als elk ander constructie. Onderzoek door BDA en TNO in Nederland onderbouwt onze mening dat de toepassing van zogenaamd "onbrandbaar" isolatiemateriaal een brand niet voorkomt en ook de gevolgschade achteraf niet beperkt.

"Als zelfs de brandweer in een onderkomen van EPS (airpop®) wil wonen, werken en slapen, dan moet het wel goed zitten met de veiligheid"
Uit artikel: Brandweerkazerne Zwolle van EPS.

Gebruik SE-kwaliteit

Alle airpop® die door IsoBouw geproduceerd wordt is van SE-kwaliteit (afgeleid van Schwer Entflammbar/ Self Extinguishing). Dit betekent dat de bijdrage tot de brandvoortplanting (bepaald volgens NEN 6065) zeer laag is (klasse 1). De SE componenten zorgen voor een brandveilige toepassing voor de totale levensduur van een gebouw en/of constructie. De componenten spoelen niet uit of lossen niet op in water en de werking verdwijnt niet in de loop van de tijd.

Gedrag airpop® bij brand

Bij brand ontstaan hoge temperaturen, voor mensen zijn temperaturen boven 45 ºC onbehaaglijk. Vanaf 65 ºC kan al blijvende schade aan de longen ontstaan en bij nog hogere temperaturen kan een mens niet meer overleven. EPS-SE begint pas te verweken vanaf 90 ºC. Dus EPS-SE begint pas te smelten als de overlevingskansen voor mensen nihil zijn. Bij ca. 450 ºC wordt de ontbrandingstemperatuur van EPS-SE bereikt. Een brand heeft bij deze temperatuur reeds zijn volle omvang bereikt. Andere materialen, zoals hout branden in deze fase al lang (vanaf 340 ºC) of zijn reeds opgebrand. airpop® speelt daarom slechts een geringe rol bij een brand en doet geen afbreuk op de veiligheid van een gebouw.

airpop® in de toepassing

Bij de bepaling van de brandwerendheid van een constructie is niet het gedrag van de afzonderlijke materialen maar die van de totale constructie bepalend. Of anders gezegd: Bij een constructie waar een niet onbrandbaar materiaal wordt beschermd door andere materialen (bijvoorbeeld gipsplaten of een stenen muur) kan de brandwerendheid net zo groot zijn als bij een constructie waarin vermeend onbrandbaar materiaal verwerkt is. airpop®, wat overigens bij direct contact met vuur niet brandt maar wegsmelt, wordt nooit als kaal materiaal toegepast maar altijd ingebouwd in een bepaalde constructie (hetzij fabrieksmatig, zoals bij dakelementen of op de bouw, zoals bij vloer- en muurisolatie). De IsoBouw-producten voldoen daarom in hun toepassing aan de Europese regelgeving.

Emissie

Bij verbranding van constructies ontstaan diverse emissies. Vaak zijn deze ongevaarlijk, maar soms kunnen zij een gevaar vormen voor de volksgezondheid. Ook bij brand van constructies waarin isolatiemateriaal zit, ontstaan diverse emissies. Bij de verbranding van airpop® komen GEEN schadelijke emissies vrij. 

Zie in dit kader ook het onderzoek naar de gezondheidsschadelijke emissie van isocyanaat bij de meest gangbare isolatiematerialen.

Nazorg na een brand in relatie tot materiaalgebruik

Na een brand rest de opruiming. Dit kan deels recycling zijn, maar vaak is dit niet meer aan de orde. Stort of vuilverbranding zijn dan de opties. Bij airpop® kunnen geen vezels vrijkomen. Er zijn bij het opruimen van airpop® dan ook geen beschermende kleding of andere middelen nodig.

Invloed isolatiemateriaal

Op basis van onderzoek (TNO, BDA, diverse publicaties) zijn wij van mening dat er geen verschil bestaat tussen branden in gebouwen waarin airpop® is verwerkt of een ander isolatiemateriaal. Isolatiemateriaal maakt slechts een klein deel uit van een totaal gebouw. Ook de overige constructieonderdelen dragen bij aan een brand. Met name het interieur is veelal bepalend voor de totale vuurbelasting van een gebouw. Dus de rol van isolatiemateriaal in een brand is ondergeschikt. De toepassing van kostbare en zogenaamde "onbrandbare" materialen geeft dan ook geen garantie voor een beperkte gevolgschade.

Voorbeeld vuurbelasting in MJ/m2 bij toepassing als plat dak isolatie (RD 3,5):

Zie ook het artikel "Rol van isolatiemateriaal bij brand verwaarloosbaar" uit het VB verzekeringsmagazine.

Verzekeringsaspecten

Bij sommige verzekeringsmaatschappijen bestaat de indruk dat constructies met airpop® wel branden en die met zogenaamde "onbrandbare" isolatiematerialen niet. Niets is minder waar zoals blijkt uit diverse publicaties. Constructies met zogenaamde "onbrandbare" isolatie kunnen net zo goed of slecht branden als elk ander constructie. Onderzoek door BDA en TNO in Nederland onderbouwt onze mening dat de toepassing van zogenaamd "onbrandbaar" isolatiemateriaal een brand niet voorkomt en ook de gevolgschade achteraf niet beperkt.

Met airpop® kan absoluut brandveilig gebouwd worden. IsoBouw heeft dat nogmaals willen benadrukken door diverse grootschalige brandproeven bij gerenommeerde instituten te laten plaatsvinden.

1. Praktijkproef rechtstreekse vuurbelasting op een blok kaal EPS-SE onder toezicht van Nibra, verzekeringsmaatschappijen, brandweercommandanten en TNO.  

Bekijk de videoclip van deze proef.

CONCLUSIE PROEF: EPS-SE SMELT, TREKT ZICH TERUG VAN DE VUURLAST, MAAR BRANDT NIET!

2. Grootschalige praktijkproef: Huisje met IsoBouw EPS-SE panelen.

Huisje met IsoBouw staalsandwich
panelen.
Nauwelijks rookvorming en geen
brandontwikkeling.
Na doven brandhaard is het huisje nog
vrijwel intact.

Bekijk de videoclip van de proef.

CONCLUSIE BRANDPROEF: EPS-SE SMELT WEG, MAAR DE CONSTRUCTIE BRANDT NIET!

3. Grootschalige praktijkproef: Spouwisolatie met Airpop, PUR en minerale wol.

EPS-SE smelt weg bij directe vuurbelasting.
Het wegsmelten stopt bij het wegnemen
van de vuurlast.
PUR blijft nog geruime tijd nabranden
met een sterke rookontwikkeling.
Minerale wol smelt weg bij directe
vuurbelasting. Het wegsmelten stopt bij
het wegnemen van de vuurlast

Bekijk de videoclip van de proef. 

CONCLUSIE PROEF: EPS-SE SMELT WEG BIJ DIRECTE VUURBELASTING. HET WEGSMELTEN STOPT BIJ HET WEGNEMEN VAN DE VUURLAST.

4. Onderzoek naar emissie's bij verbranding

Het "SP Swedish National Testing an Research Institute" heeft een grootschalig onderzoek uitgevoerd naar de gezondheidsschadelijke emissie van isocyanaten bij de verbranding van isolatiematerialen. 

5. Algemene conclusies n.a.v. talrijke brandproeven

  • EPS-SE ZELF BRANDT NIET, HET SMELT WEG BIJ EEN LOKALE VUURBELASTING.
  • BIJ CONSTRUCTIES MET EPS-SE ZORGT DE BUITENHUID (STEEN, HOUT, STAAL) VOOR DE BESCHERMING VAN HET EPS-SE, WAARDOOR DE CONSTRUCTIE LANG OVEREIND BLIJFT STAAN.
  • BIJ VERBRANDING KOMEN ER BIJ EPS-SE GEEN GEVAARLIJKE EMISSIE'S VRIJ.

 

Onderzoek grote branden

Bij kleine en grote branden worden snel conclusies over de oorzaak getrokken. Iedere betrokkene doet dat vanuit zijn of haar eigen perceptie, deskundigheid of zakelijk belang. Zo worden als oorzaak vaak brand en isolatiematerialen in één adem genoemd. Hierbij wordt niet zelden beweerd dat kunststof isolatiematerialen (waaronder Airpop®) in veel hogere mate zouden bijdragen aan een snelle branduitbreiding en het risico van brandschade onacceptabel zouden verhogen. Deze uitspraken zijn ongegrond en veelal geuit vanuit commerciële belangen. De praktijk wijst echter iet anders uit. 

BDA (Bureau DakAdvies) en TNO voeren in opdracht van Stybenex in Nederland al enkele jaren onderzoek uit naar grote industriële branden met een schade groter dan één miljoen. Van ieder onderzoek is een rapportage beschikbaar. De reden voor de uitvoering is dat de branche het bewijs wil kunnen laten zien dat de keuze voor bepaalde isolatiematerialen niet bepalend is voor het ontstaan of verloop van een brand. Gebruik van zogenaamde “onbrandbare” isolatie biedt geen garantie dat een brand in omvang en gevolgschade wordt beperkt.

Onderzoeksgegevens:

Uw internetbrowser is verouderd.

Voor een goede weergave is een recente versie van uw browser vereist.

Deze webpagina is niet geschikt voor mobiele devices

U kunt deze pagina openen via uw desktop.